Toen ik ermee begon, had minimalisme nog geen label. Ik zag het gewoon anders dan bijvoorbeeld mijn moeder, die een “goed bestek” erop nahield voor bezoekers die sporadisch kwamen. Ik zag het nut er niet van in om mezelf te meten met mijn zus die bijvoorbeeld dezelfde bloes had gekocht. Dat deed zij genoeg voor ons allebei. Of nog een klassieker: “Wat gaan de buren ervan denken?” Zelfs als er gewoon een vriend aan de deur stond, die niet mijn lief was.
Het klonk belachelijk voor woorden, maar zij was bezig met anderen te pleasen. En ik niet. Ik begon de rebel uit te hangen, en ik heb haar vast bloed onder haar nagels bezorgd, maar ik zag het gewoon compleet anders. Ik had een lak aan routines. Slaap was mij heilig, nog steeds trouwens. Maar hoe meer je slaapt, hoe minder tijd je overhoudt natuurlijk voor alles wat er moet gebeuren. Tenzij je een manier ontwikkelt dat het allemaal kan.
En dat heeft niets te maken met structuur, maar alles met experimenteren. Jezelf loswrikken van de standaarden.
Toch ben ik later in een burn-out beland. Ik had veel aan mijn hoofd. Mijn werk slabakte, mijn baas deed haar deel van de taken niet. Mijn vader werd ziek, en de dokters gaven hem minder dan een maand. En dan die ene tik van de hamer waarbij je na zijn dood, weliswaar drie maanden later, vlekkeloos onderuit gaat: burn-out.
De wereld ging voort, maar ik niet. De mist in mijn hoofd verstijfde me. Ik kon niet meer denken, ik liep gelijk een kieken zonder kop rond. Waar had ik mijn sleutels gelegd? Waarom hangen die niet op de deur? Waarom heb ik dat gedaan… Enzovoort.
De “rust” die vrij kwam, werd te druk.
Want plots had ik veel tijd, die ik alleen maar verspilde want ik geraakte niet vooruit. Er moest veel geregeld worden, ongeacht een groot deel van mijn leven op pauze stond. En nog niet erdoor geraken. En hoewel het allemaal bedoeld was om mijn leven eenvoudiger te maken, voelde het alsof ik opnieuw regels aan het volgen was. Andere regels. Maar nog steeds regels.
En ik merkte het aan kleine dingen.
Aan het gevoel dat ik “achter liep”.
Aan het idee dat ik het niet goed genoeg deed.
Aan de onrust… terwijl ik net rust zocht.
Het moment waarop ik het losliet
Er kwam geen groot keerpunt. Ook niet op het werk. Geen plots inzicht. Gewoon een stille gedachte: Wat als ik hier gewoon mee stop?
Niet met zorgen voor mezelf. Maar met het idee dat er een betere manier is. De mijne, en niet constant mezelf willen goed bevinden worden door anderen.
Eenvoud zonder regels
Sindsdien is het anders. Ik eet wanneer ik honger heb. Niet omdat het “tijd” is.
Ik ruim op wanneer het stoort. Niet omdat het in mijn planning staat.
Ik neem rust wanneer ik voel dat het nodig is. Niet wanneer ik het “verdiend” heb.
En dat klinkt klein.
Maar het voelt… lichter.
Mijn leven past niet in een systeem
Ik heb geprobeerd om mijn leven in systemen te gieten. Maar mijn energie verandert.
Mijn dagen zijn niet hetzelfde.
Sommige weken gaan vlot, andere helemaal niet.
En dat is oké.
Wat niet oké was, was proberen om mezelf daar constant in te forceren.
Minder moeten, meer voelen
Wat ik vandaag probeer, is simpel:
minder moeten
meer voelen
Niet perfect.
Niet elke dag hetzelfde.
Maar wel eerlijk.
En misschien is dat genoeg
Misschien hoeft rust niet te komen uit het perfect volgen van een systeem.
Misschien zit het in:
- zachter worden voor jezelf
- minder streng zijn
- dingen loslaten die niet werken
Niet omdat iemand zegt dat het moet.
Maar omdat jij voelt dat het beter is.

Tot slot
Eenvoud heeft voor mij niets meer te maken met regels. Het gaat niet over minder doen om het minder doen. Maar wel over minder druk voelen.
En als dat betekent dat mijn dagen er elke keer anders uitzien?
Dan is dat maar zo.
Ilse

