Schermtijd beperken is zo makkelijk als je het aan anderen oplegt, maar zelf toepassen? Dat is een ander paar mouwen.
In mijn tijd – en dan spreek ik van meer dan twintig jaar geleden – zei mijn moeder altijd: twee uurtjes gamen, voor de rest niet. Je kent het wel: twee uur zitten, net in je spelletje, en je moeder komt aan. “Ophouden, het is genoeg,” zegt ze. Je vader zegt tegen haar: “Och, laat haar nog even.” Dus je doet door, en voor je het weet, is er weer een uur extra voorbij. Je hebt het einde van je spel nog niet bereikt, en in bed lig je te denken: hoe geraak ik door level zevenentwintig bijvoorbeeld?
Die tijden herinner ik me nog goed. En eerlijk gezegd is er niet veel veranderd, als ik zie hoeveel tijd ik nu achter de computer doorbreng. Als het internet niet werkt, voel je jezelf een beetje verloren. Maar dan heb je ineens een zee van tijd over, en weet je niet wat te doen – terwijl je eigenlijk heel goed weet wat je zou moeten doen.
Ik zie het ook bij mijn vrienden met kinderen. Eerst nog even leren, en dan: GSM afgeven. Slapen? GSM in een mand op de hal. Maar stiekem wordt er nog even snel tien dingen opgezocht voor morgen… Iedereen denkt dat ze zich eraan houden, maar de verleiding is te groot. Er bestaan nochtans systemen waarbij je het internet van je kinderen automatisch uitschakelt zodra de tijd om is. Maar zodra ze komen klagen of zagen, geef je vaak toch toe. En als ze je dan betrappen terwijl jij nog op je smartphone of tablet zit… hoe eerlijk is dat eigenlijk? Hoeveel voorbeeld geef jij als ouder?
Ga een experiment aan:
Zelf heb ik ooit een experiment gedaan: om 19u telefoon uit. Het hield ik niet lang vol, omdat de meeste van mijn ideeën juist ‘s avonds opduiken – dingen die ik de volgende dag uitgebreid wil bekijken bijvoorbeeld. En vrienden of vriendinnen die enkel ‘s avonds tijd hebben om iets te sturen, maken het nog lastiger.
Dus heb ik mezelf moeten bijsturen. Niet door de gsm strikt na 19u aan de kant te leggen, maar door te kijken wanneer het wél kan. Als ik kook, ligt de telefoon standaard in de zetel. Wanneer ik TV kijk, concentreer ik me op één ding tegelijk. Als ik erop uit ben met de hond, blijft hij netjes thuis. En zeker als ik op bezoek ben – niets is zo vervelend als aan een tafel zitten waar iedereen op zijn scherm zit te kijken, blijft die in mijn handtas zitten. En nee, ik heb geen smartwatch dat me verwittigt om eens alles goed na te lezen op mijn telefoon.
Zelfs op straat valt het op. Soms zie ik jeugd voorbij fietsen met hun neus in hun scherm. Ze zouden beter uitkijken, want een ongeluk is rap gebeurd. Het is een klein voorbeeld, maar het illustreert hoe belangrijk het is om bewust te zijn van onze digitale gewoonten. En negen van de tien kansen zien zij hetzelfde gebeuren wanneer mama of papa hun pols omdraaien om iets gelezen te hebben, of om achter het stuur hun gsm te checken.
Verandering begint bij jezelf
Uiteindelijk zijn we allen een rolmodel. Is het niet voor onze eigen kinderen, dan is het heus voor anderen. Hoe wil je iemand iets leren over schermtijd, rust of focus, als je zelf niet in staat bent je eigen gedrag aan te passen? Het is makkelijk om regels op te leggen of adviezen te geven, maar als je zelf constant op je smartphone zit, je mails checkt of eindeloos scrolt, dan werkt dat weinig motiverend.
Zelfdiscipline en bewust gebruik zijn daarom cruciaal. Het gaat niet om volledige onthouding, maar om het nemen van verantwoordelijkheid over je eigen tijd en aandacht. Alleen dan kun je anderen echt iets leren en een gezonde balans in digitale gewoonten laten zien.
Wat heb jij nodig om ervan af te geraken?
Laat het mij eens weten.
Ilse


