Voor mijn schrijfproces heb ik niet echt een vaste werkwijze; ik doe vooral wat op het moment goed voelt. Wel gebruik ik Pinterest, waar ik foto’s van mijn personages en inspiratiebronnen verzamel.

1. Inspiratie en ideeën

Mijn inspiratie komt vooral uit persoonlijke ervaring — sommige momenten zijn leuk, andere pijnlijk. Als minimalist hou ik van uitdagingen en van het bekijken van dingen vanuit een ander perspectief. Daarom geloof ik niet in vaste “vakjes” of één manier van werken; observaties uit het dagelijks leven, films, series, songteksten en zelfs het gedrag van mijn Shiba’s kunnen een idee triggeren.

Soms is het iets ogenschijnlijk kleins, en dan ga ik direct vlug vlug typen in Word. Vaak start ik in het Engels, met stukjes Nederlands erdoorheen.

Voor mijn Young Adult verhalen focus ik vooral op thema’s die mij nauw aan het hart liggen, of waar ik in de huidige YA-markt een tekort zie. Ik begin vaak vanuit het jongensperspectief, geïnspireerd door kleine hoofdstukjes uit boeken zoals My Life with the Walter Boys, die eenzelfde concept op een frisse manier benaderden.


2. Personages en perspectief

Ik schrijf meestal vanuit een mannelijke hoofdpersoon, omdat ik merk dat hun emoties en gevoelens nog steeds weinig aan bod komen in Young Adult verhalen. Het is voor mij interessant om te verkennen hoe jongens omgaan met verlies, liefde en onzekerheid — onderwerpen die vaak onderbelicht blijven.

Het werken met deze personages beïnvloedt hoe ik mijn verhalen schrijf: ik wil dat elke reactie, elke keuze, echt voelt en resoneert met de lezer. Het vormt het hart van mijn verhalen. Het helpt me om emoties en interne groei geloofwaardig en herkenbaar weer te geven.

Vandaar dat je in mijn boeken minder personages gaat tegenkomen die homo- of lesbisch zijn, omdat ik daar zelf minder ervaring mee heb. Dit is geen afbreuk aan die groepen; ik wil gewoon verhalen vertellen waar ik een echte connectie mee voel. Ik ben er zeker van dat er andere schrijvers zijn die dit beter kunnen waarmaken.


3. Plot en structuur

Alles begint bij spontaan schrijven. Vaak heb ik wel een idee, maar ik werk niet volgens een vaste structuur of het klassieke principe van “probleem → oplossing”. In mijn ogen bestaan er altijd tussenoplossingen die een probleem kunnen verdiepen of verbeteren, voordat het uiteindelijk wordt opgelost.

Bij het schrijven van mijn verhalen, zoals mijn huidige manuscript, zie ik waar mijn mannelijke hoofdpersoon staat. Toch kan er altijd een onverwachte wending komen: hij kan falen, stuiten op obstakels, maar uiteindelijk wordt zijn droom toch bereikt.

Details ontstaan vaak later. Ik visualiseer waar mijn personage zich bevindt en zoek Pinterest-inspiratie voor gebouwen, plekken of situaties, zodat ik die concreet kan beschrijven. Ik laat bewust ruimte over voor verrassingen en nieuwe invalshoeken. Soms betekent dit dat ik delen helemaal opnieuw schrijf, simpelweg omdat ik het beter kan doen of de scènes anders wil laten verlopen.


4. Schrijven en revisie

Mijn eerste versies zijn niet altijd ruwe schetsen; soms ontstaan er meerdere hoofdstukken die al goed aanvoelen. Andere momenten vereisen herziening of wachten op inspiratie.

’s Avonds of vlak voor het slapen komen mijn beste ideeën vaak spontaan. Ik schrijf vaak in het Engels en laat ideeën later in het Nederlands terugkomen.

Als een verhaal klaar is, volgt het opschonen: hoofdstukken aanscherpen, structuur controleren, en zorgen dat er niet teveel tegelijk in één hoofdstuk staat.


5. Reflectie en feedback

Ik maak veel gebruik van AI-tools bij het redigeren voordat ik een manuscript naar uitgeverijen stuur. Feedback is altijd welkom, en helpt me om te groeien.

Ondertussen werk ik al aan nieuwe projecten: geheel nieuwe verhalen of vervolgverhalen van eerdere boeken. Alles wat eruit komt, laat ik stromen; schrijven is voor mij een continu proces van inspiratie en ontwikkeling.