minimalisme Wonen en Werken

Van huisvrouw tot thuiswerker: de mythe van “thuis zijn”

Als kind wilde ik geen huisvrouw worden

Vroeger als kind wilde ik nooit huisvrouw zijn. Mijn moeder zat altijd thuis. Daardoor had je zelden een moment alleen; ze was er bijna altijd, aanwezig in huis, soms letterlijk overal tegelijk. Dat klinkt misschien overdreven, maar zo voelde het toen wel.

Omdat ze thuis was, ontstond er ook een soort stilstand. Zodra het huishouden gedaan was, bleef er vooral… thuis zijn over. Ze naaide, breide, genoot van de zon wanneer die er was, en vulde haar dagen met kleine dingen. Tot ze een vriendin kreeg met een auto en er plots meer wereld buiten de voordeur kwam.

En toch ben ik nu een beetje zoals zij

En ergens moet ik toegeven: ik ben nu een moderne versie van haar geworden. Niet met naald en draad, maar met woorden, ideeën en schermen. Ik zit dagelijks blogposts te bedenken, en als ik niet bezig ben met schrijven, werk ik aan mijn YA-romans. Het verschil is alleen dat ik het huis niet uit moet om “te werken”.

En daar ben ik eigenlijk blij om.


De vrijheid van thuiswerken

Thuiswerken haalt zoveel kleine stress weg uit het dagelijkse leven.

Geen:

  • “oh nee, de trein rijdt niet vandaag”
  • filestress
  • of energieprijzen die je gespreksonderwerp van de week worden

Want wanneer mijn man vertelt dat hij “maar” 65 euro heeft getankt en nog geen halve tank vol is, denk ik automatisch aan zijn dagelijkse autoritten naar Brussel en hoeveel dat dan vroeger zou hebben gekost. Dat verschil in beleving blijft fascinerend.

Thuiswerken geeft me controle. Alles is binnen handbereik, en je kan meerdere dingen tegelijk doen zonder dat je je hele dag moet plannen rond verplaatsingen. Ik ken veel vrouwen die groen op me zijn.


Maar het is geen vanzelfsprekendheid

Toch is thuiswerken niet overal de norm geworden. Tijdens corona werd het plots verplicht en konden we massaal van thuis uit werken. Vandaag lijkt het weer een privilege te worden: één dag thuiswerken is al “veel” in sommige jobs. En als je pech hebt, vind je jobs waar alles om administratie draait, met géén enkele dag thuiswerk.

Wat ik wel veel terugvindt in de vacaturewebsites, is het woord flexibiliteit. Maar wat betekent dat eigenlijk nog?

Is dat:

  • een uurtje langer blijven?
  • elke dag wat schuiven met je uren?
  • of gewoon altijd beschikbaar zijn?

Die vaagheid maakt het soms verraderlijk en voor je het weet, geef je er zelf al de brui aan. Want het had veel duidelijker kunnen zijn, als er plaats is voor open communicatie.


Werken met onderbrekingen en gesplitste dagen

Vroeger werkte ik bij dokterspraktijken. En als ze al op tijd kwamen opdagen (wat vaak niet het geval was), begonnen de overuren meteen mee te tellen. Maar wat me vooral is bijgebleven, is het werken in stukken. Ik deed twee halftijdse jobs, puzzelen tussen het één en en het ander. Het was niet simpel. En dan ben ik al blij dat ik nooit koos voor de onderbroken jobs, waar je ’s ochtends moet beginnen en ’s avonds pas moet terugkomen. Alsof je je leven telkens moet pauzeren en opnieuw opstarten.

Dat vraagt een mentale omschakeling die je niet zomaar ziet op papier. Je verplaatst letterlijk je dag, je ritme, je focus — telkens opnieuw. Er zijn vast mensen die het leuk vinden, maar ik zie het nut er niet van in. Tenzij het binnen mijn eigen thuisfront gebeurt. Ik kan perfect ’s ochtends volle gaas werken aan mijn YA romans, tegen de middag een ‘dipje’ hebben en me focussen voor mijn huishouden, om ’s avonds terug aan de slag te gaan met het bedenken van blogposts.

Thuis zijn is niet hetzelfde als stilstaan

Misschien is dat de kern van alles.

Thuiswerken of thuis zijn betekent niet dat je wereld klein is geworden. Het betekent alleen dat die wereld zich anders organiseert.

En ergens ben ik precies geworden wat ik vroeger niet wilde zijn.
Alleen ziet het er vandaag helemaal anders uit.

Ilse